De voorbeeldverordening

Voorbeeld-verordeningen Wet inburgering



De voorbeeldverordening is aangepast aan de wetswijziging van de Wet inburgering. Deze wordt naar verwachting eind 2008 van kracht.

Deze voorbeeld-verordeningen kunnen gemeenten gebruiken om te voldoen aan de verplichting om een gemeentelijke inburgeringsverordening vast te stellen.
Bijgaande verordeningen voldoen aan de eisen die de wet aan gemeentelijke verordeningen stelt en dus ook aan de wetswijzigingen met betrekking tot:

    • Een aanbod kunnen doen aan iedere inburgeringsplichtige.
    • De mogelijkheid van een inburgeringsvoorziening die direct toeleidt naar het Staatsexamen programma I of II.
    • De mogelijkheid van het aanbod van een taalkennisvoorziening aan inburgeringsplichtigen die een MBO-opleiding op niveau 1 of 2 (gaan) volgen.
    • De gemeentelijke bevoegdheid om te kiezen voor vaststelling van inburgeringsvoorzieningen/taalkennisvoorzieningenin plaats van het aanbieden van inburgeringsvoorzieningen..

Gemeenten zijn vrij om deze verordeningen aan hun eigen wensen en omstandigheden aan te passen mits de verordening voldoet aan de wettelijke kaders. Gemeenten blijven in alle gevallen zelf verantwoordelijk voor de inhoud en uitvoering van hun verordening.

Aanbodverordening of Vaststellingsverordening?
Gemeenten dienen de keuze te maken voor hetzij het zogenaamde “aanbodstelsel”, hetzij het “vaststellingstelsel”. Indien gemeenten kiezen voor het vaststellingstelsel, hebben zij de mogelijkheid om inburgeringsplichtigen, voor wie zij dat noodzakelijk achten, te verplichten een inburgeringsvoorziening/taalkennisvoorzieningen te volgen door middel van een “vaststellingsbeschikking”. Als de gemeenteraad ertoe besloten heeft het “vaststellingstelsel” te hanteren, moet uit oogpunt van rechtsgelijkheid voor alle inburgeringsplichtigen die een voorziening gaan volgen, de voorziening worden vastgesteld.

In de praktijk zal de procedure van vaststelling er als volgt uitzien.
Het vaststellen van een inburgeringsvoorziening of taalkennisvoorziening begint met het houden van de intake. In de intake wordt met de inburgeringsplichtige gesproken over de voorziening die het college voor betrokkene geschikt acht. Er zijn vervolgens vier mogelijkheden:

  1. In de intake blijkt dat het college aan de inburgeringsplichtige geen voorziening wil verstrekken (bijvoorbeeld omdat betrokkene niet tot de prioritaire groepen behoort). Het college stelt geen voorziening vast en kan een handhavingsbeschikking nemen (voor de oudkomer) of een kennisgeving afgeven (voor een nieuwkomer)
  2. De gemeente biedt een voorziening aan en de inburgeringsplichtige is het hiermee eens. De gemeente neemt een vaststellingsbeschikking;
  3. De inburgeringsplichtige vindt de inburgeringsvoorziening niet gepast en geeft aan zelf op een andere wijze aan de inburgeringsplicht te zullen voldoen. Het college stemt hiermee in en neemt alleen een handhavingsbeschikking (voor een oudkomer) of een kennisgeving (voor een nieuwkomer);
  4. Het college acht een inburgeringsvoorziening geschikt maar de inburgeringsplichtige wil deze voorziening niet. Het college heeft de mogelijkheid om de inburgeringsvoorziening vast te stellen, tegen de zin van betrokkene in.

Het verschil met het aanbodstelsel schuilt in de laatste mogelijkheid. Een gemeente die het aanbodstelsel hanteert is, als ze een aanbod doet, afhankelijk van de medewerking van de inburgeringsplichtige. De inburgeringsplichtige kan immers het aanbod aanvaarden maar ook afwijzen. Een gemeente die het vaststellingstelsel hanteert, is niet afhankelijk van de bereidheid van de inburgeringsplichtige akkoord te gaan met de voorziening die het college voor de betrokken inburgeringsplichtige passend vindt.
(een nadere toelichting vindt u hier)

Uit oogpunt van overzichtelijkheid is ervoor gekozen de voorbeeldverordening in 2 versies te presenteren: de versie “vaststellingstelsel” en de versie “aanbodstelsel”. Gemeenten kunnen afhankelijk van hun besluit één van beide voorbeeldverordeningen gebruiken.

Indien een gemeente het aanbodstelsel handhaaft, moet de verordening op een aantal punten worden aangepast. Dit betreft m.n. de bepaling dat gemeente aan iedere inburgeringsplichtige een aanbod kan doen en de toevoeging “taalkennisvoorziening”. In beide verordeningen zijn de noodzakelijke wijzigingen verwerkt